Door: Stefanie Liebreks

‘Via onze website kun je het komende jaar de vorderingen van de winnaar volgen.’ Dat zinnetje spookt inmiddels al een aantal maanden door mijn hoofd. Nu is er vast niemand continu Brandsalarm.nl aan het refreshen, maar toch: even een update. Die winnaar, dat ben ik – maar ‘vorderingen’, die zijn er niet echt. Deze winnaar ligt in bed.

In het voorjaar werd ik gebeld door Mijke Pol van Bureau Brandsalarm. Met een groep vrijwilligers werkte ze al een tijdje in het geniep aan het opzetten van een aanmoedigingsprijs, bedoeld voor iemand die zich op een inhoudelijke manier inzet voor de literatuur. Wat leuk, dacht ik meteen, ze belt me vast of ik achter de schermen ook iets kan doen, als tekstredacteur of jurylid misschien, er verscheen in mijn gedachten meteen een rij namen van schrijvers die ik alle aanmoedigingsprijzen ter wereld gun. Toen bleek dat deze prijs niet zozeer bedoeld was voor schrijvers, maar juist ook voor mensen die zich in de minder zichtbare raderen van het literaire veld bewegen. Iemand als ik dus: als redacteur verschans ik me voornamelijk in de kantlijn.

Nu kunnen makers wat mij betreft niet genoeg gestimuleerd, gesteund, gelauwerd en betaald worden – maar het is goed om ook eens stil te staan bij de vele stille krachten achter de schermen. Mensen die zich met zo veel liefde inzetten voor een sector waar het geld helaas niet tegen de plinten klotst, en die heen en weer geslingerd wordt tussen bevlogenheid en idealisme enerzijds (idealiter de beste motors als je het mij vraagt), en een geïnternaliseerd minderwaardigheidscomplex anderzijds (omdat in de praktijk toch vaak geld de motor van alles blijkt te zijn). Uit het coronabeleid van onze overheid bleek maar weer hoe er wordt neergekeken op de culturele sector in de breedste zin, alsof kunst en cultuur toch vooral een leuk extraatje zijn en niet een vitaal onderdeel van een beschaving (dat bovendien gezamenlijk ook gewoon een keurige 3,7% van het BBP verzorgt – ruim tweemaal zo veel als landbouw en visserij). Dat idee van kunst als hobby gaat diep. Ik betrap mezelf soms ook op het idee dat mijn werk geen echt werk is, omdat ik het zo leuk vind. Of op het idee dat je nu eenmaal moet inleveren op je inkomsten omdat er toch zeker een hele hoop eer en exposure in je secundaire arbeidsvoorwaarden zit. ‘Choose a job you love, and you never have to work a day in your life’ kan zo heel makkelijk uitdraaien op ‘Choose a job you love, en voor je het weet heb je al drie jaar geen vakantie genomen’.

Goed, dit alles om te zeggen dat ik het zo toejuich dat het Brandsalarm er is om de harde werkers in de kantlijn van de literatuur een opkontje te geven, en daarmee licht te schijnen op dat deel van de boekensector. En wat een eer dat ik de eerste was om als ambassadeur voor het ‘avontuurlijke lezen’ nieuwe projecten aan te mogen gaan.

Helaas was het voor mij al te laat. Toen ik na de uitreiking aan de slag ging met alle nieuwe plannen en mogelijkheden, merkte ik hoe moe ik was. En zo kwam het dat ik niet lang na mijn benoeming als ‘zwaailicht tussen letters en lezers’ eerder een ander zwaailicht hoorde loeien: een piep in mijn oor die maar niet weg ging, en de huisarts die me beval om drie maanden lang niet veel meer te doen dan, letterlijk citaat, uit het raam kijken met een kop thee.

Inmiddels heb ik weer een deel van mijn werkzaamheden opgepakt, en hervind ik langzaam het plezier in mijn werk. Maar er zijn ook nog steeds dagen dat deze winnaar in bed ligt. Van Bureau Brandsalarm krijg ik gelukkig alle ruimte om op mijn eigen tempo en op mijn eigen manier invulling te geven aan deze prijs. Als het zover is, kun je mijn vorderingen volgen op deze website.